Wat als je klant plotseling failliet lijkt?

Peter is ondernemer. Al zesentwintig jaar levert hij met zijn bedrijf bevestigingsmaterialen aan de bouw. Een mooi bedrijf, een eigen pand op het industrieterrein en klanten met wie hij soms al jarenlang zakendoet.

Als hij ons belt, is hij ongerust. En eerlijk gezegd ook behoorlijk boos.

Een klant betaalt niet meer.

Achtenveertigduizend euro staat open. Zeven facturen. De oudste staat inmiddels vier maanden open.

Peter heeft natuurlijk gebeld. Eerst met de administratie, later rechtstreeks met de eigenaar. Er kwamen geruststellende woorden. Het geld zou komen. Nog even geduld.

Maar nu krijgt hij niemand meer te pakken. Het telefoonnummer lijkt zelfs afgesloten.

Peter kijkt in het Handelsregister. En dan wordt het vreemd.

De onderneming is ontbonden en uitgeschreven.

Geen faillissement. Geen curator. Geen brief. Niets.

Het bedrijf lijkt simpelweg verdwenen.

Peter stelt ons de vraag die op zo’n moment voor de hand ligt:

“Kan ik die € 48.000 dus gewoon afschrijven?”

Niet zo snel.

Wat is hier gebeurd?

Waarschijnlijk is sprake van een turboliquidatie.

Een bv kan worden ontbonden zonder dat daarna een vereffening plaatsvindt. Dat kan wanneer er op het moment van ontbinding geen baten meer zijn. Geen geld op de bank, geen voorraad, geen bestelbus, geen vorderingen op klanten. Kortom: niets van waarde meer.

Schulden mogen er wél zijn.

Het bestuur meldt de ontbinding bij de Kamer van Koophandel en de rechtspersoon houdt op te bestaan. Vandaar de naam: turboliquidatie.

Dat klinkt misschien als een handige manier om van schuldeisers af te komen.

Dat is het niet.

Turboliquidatie is een volstrekt legale manier om een lege bv op te heffen. Denk aan een bv die ooit voor een activiteit is opgericht, maar inmiddels niets meer doet en ook niets meer bezit.

Maar er zit één cruciale voorwaarde aan:

er mogen daadwerkelijk geen baten meer zijn.

En precies daar wordt het interessant voor Peter.

Want was die bv wel echt leeg?

Sinds november 2023 gelden strengere regels voor turboliquidaties. Het bestuur moet onder meer financiële stukken deponeren bij het Handelsregister en bekende schuldeisers schriftelijk informeren over de ontbinding.

Peter kan dus gaan kijken.

Wat bezat het bedrijf kort voor de ontbinding? Welke inkomsten waren er nog? Stonden er nog vorderingen open? Was er voorraad? Waren er voertuigen of machines? En waar zijn die gebleven?

Een vordering op een klant is namelijk een bate.

Voorraad is een bate.

Een bestelbus is een bate.

En geld op een bankrekening is uiteraard ook een bate.

Blijkt dat er op het moment van ontbinding nog wel degelijk baten waren, dan ontstaat een heel andere situatie. Onder omstandigheden kan de vereffening worden heropend. En als bestuurders schuldeisers bewust hebben benadeeld, kan zelfs persoonlijke aansprakelijkheid in beeld komen.

Dan is die € 48.000 ineens een stuk minder afgeschreven dan Peter dacht.

Het wordt nog interessanter…

Bij ondernemingen die in financiële problemen komen, zien we regelmatig dat er in de laatste maanden keuzes worden gemaakt die achteraf moeilijk uit te leggen zijn.

De rekening-courant van de bestuurder wordt nog snel afgelost, terwijl leveranciers blijven wachten.

Er worden nieuwe bestellingen gedaan terwijl eigenlijk al duidelijk is dat betaling niet meer mogelijk zal zijn.

Bezittingen worden verkocht of overgedragen.

Of de administratie blijkt simpelweg niet op orde.

Dat hoeft niet meteen te betekenen dat iemand bewust fraudeert. Een ondernemer die probeert zijn bedrijf te redden, blijft soms langer hopen dan verstandig is.

Maar juridisch kan dat grote gevolgen hebben.

Ook daarom is het voor een schuldeiser verstandig om niet onmiddellijk te concluderen dat een vordering waardeloos is zodra een klant uit het Handelsregister is verdwenen.

Wat is de uitkomst?

Wij zijn gaan kijken naar de stukken die rond de turboliquidatie waren gedeponeerd.

Daar kwamen vragen uit.

De financiële verantwoording bleek niet goed aan te sluiten bij wat er in de onderneming was gebeurd. En zodra die vragen op tafel lagen, veranderde het gesprek.

Peter heeft uiteindelijk een deel van zijn vordering alsnog ontvangen.

Zijn eerste gedachte, die € 48.000 kan ik afschrijven, bleek dus te snel.

Daarom twee vragen.

Als een klant morgen ineens van de radar verdwijnt, schrijf je de factuur dan af? Of laat je eerst uitzoeken wat er werkelijk is gebeurd?

En de andere kant is minstens zo belangrijk.

Als jouw eigen onderneming ooit in zwaar weer terechtkomt of je wilt stoppen: weet je dan welke keuzes je nog wel en niet kunt maken?

Want bij financiële problemen geldt bijna altijd hetzelfde:

hoe eerder je juridisch advies inwint, hoe meer mogelijkheden er nog zijn.

Wacht dus niet tot de onderneming verdwenen is. Wil je er meer van weten? Neem eens vrijblijvend contact op met Rob Beks van Beks Advocaten via r.beks@beksadvocaten.nl

Beks Advocaten