Onlangs zat er een ondernemer bij ons aan tafel. Geen man van grote woorden, maar iemand die zijn bedrijf stap voor stap had opgebouwd. Door jarenlang te investeren, de juiste mensen om zich heen te verzamelen, en vooral door elk jaar een beetje te groeien.
In zijn team zat één belangrijke persoon die er al langer bij was dan de rest. Geen man die direct opviel. Maar wel iemand die het werk oppakte als het ingewikkeld werd. Iemand die beslissingen nam alsof het zijn eigen bedrijf was. Het was dan ook logisch dat onze cliënt hem al enkele jaren geleden de positie van bedrijfsleider had gegeven.
Steeds vaker stelde hij zichzelf de vraag: moet hij niet mijn opvolger worden? “Als ik straks een stap terug doe, moet hij het kunnen dragen.”
Vanuit die opvatting leek het hem logisch om hem alvast in positie te brengen.
“Is het niet gewoon logisch om hem een deel van mijn aandelen te geven?” was zijn gedachte.
In theorie klinkt dat als een logische stap.
In de praktijk ligt het gevoeliger.
Voor de Belastingdienst bleek deze aandelenschenking geen schenking, maar een verkapte vorm van loon. En omdat loonbelasting aanzienlijk zwaarder weegt dan schenkingsbelasting, liep dat verschil direct op.
Onze cliënt begreep dat niet. “Ik mag toch zelf bepalen wat ik schenk?”
Wat speelt er echt?
Bij Beks Advocaten begint het in dit soort situaties niet met de fiscale optimalisatie, maar met het begrijpen van de bedoeling.
Dus niet ‘hoe richten we dit handig in?’ Maar wel ‘wat gebeurt hier eigenlijk?’
Tegelijkertijd weten we ook dat juist dit soort vraagstukken niet alleen juridisch zijn. Daarom hebben we vanaf het begin een fiscalist betrokken. Niet als controle achteraf, maar als sparringpartner naast ons.
Samen hebben we gekeken naar het verhaal. Klopt het? Juridisch én fiscaal?
In dit geval werd al snel duidelijk dat het niet ging om belonen.
Er waren geen targets gehaald. Geen bonusafspraken. Geen druk vanuit de bedrijfsleider.
Het was eerder het tegenovergestelde.
Onze cliënt wilde iemand dichterbij halen.
Niet als werknemer, maar als mede-eigenaar van wat er nog moest komen. “Het voelt niet als iets geven,” zei hij.
“Meer als iets delen.”
Waar zit het verschil?
Maar hoe leg je het verschil vast tussen een beloning voor werk
en een stap richting eigenaarschap?
Dat verschil zit zelden in de woorden, maar in de context.
Juist daarom hebben we samen met de fiscalist scherp gekeken naar wat er wél en wat er juist níet moest gebeuren:
- de aandelen kwamen uit privé, niet uit de BV
- er werd niets gekoppeld aan prestaties of verplichtingen
- er lag geen beloningsstructuur onder
- en vooral: het verhaal klopte, ook zonder fiscale uitleg
Geen trucje. Geen constructie.
Maar een verhaal dat juridisch en fiscaal hetzelfde vertelde.
Wat vond de rechter?
Toch kwam de zaak uiteindelijk bij de rechter terecht. En die stelde de vraag die in dit soort situaties altijd centraal staat. “Waar komt het voordeel vandaan?”
Is het gegeven door de werkgever, als onderdeel van de arbeidsrelatie?
Of door de aandeelhouder, vanuit een eigen afweging?
De rechter keek niet alleen naar de stukken, maar naar het geheel.
En kwam tot een duidelijke conclusie:
dit is geen loon. Dit is een schenking.
De conclusie
Wat in deze zaak opvalt, is dat het oordeel niet draaide om een slimme constructie.
Integendeel. Het draaide om de vraag of het verhaal klopte. En of dat verhaal vanuit meerdere disciplines overeind bleef.
Juist door juridisch en fiscaal samen op te trekken, werd het geen discussie achteraf, maar een doordacht geheel vooraf.
Na afloop zei onze cliënt:
“Het is eigenlijk precies wat ik bedoelde. Jammer dat het ook juridisch getoetst moet worden.”
Misschien is dat wel de kern van dit soort trajecten.
Dat wat voor een ondernemer vanzelfsprekend voelt, moet ook standhouden als iemand er met een andere blik naar kijkt.
En soms betekent dat: niet alleen naast je klant staan, maar ook de juiste expertise eromheen organiseren.
Heb je zelf te maken met een juridische kwestie in je bedrijf?
Praat er eens over met Rob Beks van Beks Advocaten, r.beks@beksadvocaten.nl