Werkgevers lopen er steeds vaker tegenaan. Wanneer is iemand werknemer en wanneer ondernemer? Vooral in sectoren waar via platforms wordt gewerkt, is die grens niet altijd scherp. Eind januari 2026 gaf het gerechtshof Amsterdam een belangrijk oordeel in de zaak tussen vakbond FNV en Uber over de positie van Uber-chauffeurs.
De centrale vraag was eenvoudig geformuleerd, maar juridisch complex:
werken Uber-chauffeurs in loondienst of als zelfstandige ondernemers?
Hoe zat het ook alweer?
De discussie loopt al jaren. FNV stelde dat Uber-chauffeurs feitelijk werknemers zijn en dus recht hebben op bescherming onder de taxi-cao. Uber, gesteund door een aantal chauffeurs, vond juist dat zij zelfstandigen zijn.
In eerste aanleg kreeg FNV gelijk. De chauffeurs werden aangemerkt als werknemers. Uber ging daarop in hoger beroep.
De rol van de Hoge Raad? Ondernemerschap telt volledig mee.
In het hoger beroep speelde een belangrijk juridisch kader een rol: de criteria die de Hoge Raad eerder formuleerde in de bekende Deliveroo-uitspraak. Die criteria bepalen hoe wordt beoordeeld of iemand werknemer is of zelfstandig ondernemer.
Het hof worstelde vooral met één vraag: hoe zwaar weegt ondernemerschap?
Daarop kwam een duidelijk antwoord van de Hoge Raad:
- Er bestaat geen rangorde tussen de beoordelingsfactoren.
- Ook ondernemerschap telt volledig mee.
Dat uitgangspunt was beslissend voor de verdere beoordeling.
Wat vond het hof doorslaggevend?
Het hof keek opnieuw naar alle feiten en omstandigheden van deze specifieke chauffeurs. Daarbij speelden onder meer een rol: investeringen, zoals een eigen auto; vrijheid om zelf werktijden te bepalen; vrijheid om ritten te accepteren of te weigeren; eigen strategie in het gebruik van de app; ondernemersrisico’s (bijvoorbeeld aansprakelijkheid en arbeidsongeschiktheid); het gebruik van meerdere platforms naast elkaar.
Met name dat laatste gaf de doorslag. Veel chauffeurs bleken niet uitsluitend via Uber te werken, maar tegelijkertijd actief te zijn op andere platforms. Dat wijst volgens het hof op ondernemerschap.
Conclusie? Deze chauffeurs waren geen werknemers, maar zelfstandige ondernemers.
Het hof maakte wel een belangrijke nuance. Het oordeel geldt alleen voor de chauffeurs in deze zaak en hun concrete omstandigheden. Bij andere chauffeurs, met andere feiten, kan de uitkomst anders zijn.
Ofwel, de kwalificatie van een arbeidsrelatie blijft maatwerk.
Wat betekent dit voor ondernemers?
Deze uitspraak laat zien wat in de praktijk vaak wordt onderschat: niet het label op een contract is doorslaggevend, maar hoe de samenwerking daadwerkelijk functioneert.
Aandachtspunten voor de praktijk:
• Ondernemerschap moet zichtbaar zijn in gedrag en inrichting
• Vrijheid van werktijden en werkwijze weegt zwaar
• Meerdere opdrachtgevers versterken de zelfstandigheidspositie
• Investeringen en risico dragen tellen mee
• Iedere situatie wordt afzonderlijk beoordeeld
Kort gezegd:
niet wat je opschrijft bepaalt de relatie, maar hoe je samenwerkt!Vragen over de kwalificatie van arbeids- of opdrachtovereenkomsten?
Neem gerust contact op met mr. Christophe van Uden van Beks Advocaten. c.van.uden@beksadvocaten.nl