Onze cliënt is een belangrijke toeleverancier in een nichemarkt. Geen multinational, wel een partij die zijn zaken goed op orde heeft. Wij werden benaderd voor een delicate zaak. In dit geval ging het om een jarenlange relatie. Groeiende orders, oplopende volumes. En dus ook oplopende bedragen. Enkele miljoenen euro’s per jaar.
Wat was er aan de hand?
Eerst waren er betalingen die nét later kwamen dan gebruikelijk. Geen reden voor paniek. Dat gebeurt. Daarna bleef een factuur liggen. En daarna nog één. En toen werd het stil.
Niet het soort stilte dat hoort bij drukte. Maar het soort stilte waarin telefoontjes niet meer worden beantwoord en mails blijven hangen. Ondertussen gingen de leveringen, in ieder geval deels, nog gewoon door.
De openstaande positie liep intussen op. Niet een bedrag dat je wegpoetst in je administratie. Maar een bedrag dat pijn doet. En dat, belangrijker nog, vragen oproept.
“Het klopt niet,” zei onze cliënt. “Ze betalen gewoon niet meer.”
Op papier leek er weinig aan de hand. Het bedrijf was nog actief, de relatie formeel ook. Maar als je beter keek, zag je iets anders.
De activiteiten verschoven. Nieuwe orders liepen ineens via een andere entiteit. Mensen die eerst bij de ‘oude’ BV zaten, stonden plots op een andere loonlijst.
En de BV waar onze cliënt mee contracteerde? Die bleef achter.
Met de schulden. En zonder de cashflow om ze nog te kunnen betalen.
Wat hier feitelijk gebeurde, was geen tijdelijk liquiditeitsprobleem. Het was het gecontroleerd droogzetten van een vennootschap. Betalingen stopten niet toevallig, ze werden onmogelijk gemaakt.
Voor ons was dat het moment om scherp te worden.
Samen met onze cliënt hebben we de geldstromen, leveringen en contracten naast elkaar gelegd. Niet alleen juridisch, maar ook feitelijk: waar gaat het geld naartoe, en waarom niet meer hierheen?
Het beeld werd helder. De winst verschoof. De verplichtingen bleven achter.
We zijn het gesprek aangegaan. Niet alleen over “wanneer gaan jullie betalen?”, maar over de kern. “Waarom wordt er niet meer betaald, terwijl de activiteiten via een andere entiteit gewoon doorgaan?”
Een overtuigend antwoord kwam er niet. Sterker nog, het bevestigde wat we al zagen.
Daarop hebben we de stap naar de rechter gezet. Met een duidelijke inzet: niet alleen betaling afdwingen, maar ook zichtbaar maken dat hier bewust een constructie werd gebruikt om onder verplichtingen uit te komen.
De rechter keek verder dan de papieren werkelijkheid. Naar timing. Naar samenhang. Naar gedrag. En vooral ook naar het effect.
De conclusie was helder.
Dit was geen pech. Dit was geen ondernemingsrisico.
Dit was het bewust laten zitten van een schuldeiser, terwijl de waarde elders werd veiliggesteld.
De constructie hield geen stand. De verantwoordelijkheid bleef.
Onze cliënt haalde zijn gelijk én geld. Maar misschien nog belangrijker, het was een bevestiging van zijn voorgevoel. Helaas kwam de relatie met de afnemer echter onder druk te staan. Dus, hoe fijn de korte termijn winst is, de schade kan lang doorwerken.
Vraag aan jou?
Heb je zelf wel eens het gevoel dat iets niet klopt. Neem het serieus en neem vrijblijvend contact op met Rob Beks van Beks Advocaten via r.beks@beksadvocaten.nl. Hij helpt je om feiten en gevoel bij elkaar te brengen.